De transitie maakt gemeenten verantwoordelijk voor jeugdhulp, zorg voor ouderen en mensen met een beperking en voor werk & inkomen. De gemeente Leusden heeft in drie denksessies aan inwoners gevraagd welke droom zij hebben op het gebied van hulp, participatie en samen leven. Maar ook: wat inwoners verwachten van organisaties in Leusden én van zichzelf om deze droom te realiseren?

De burgers betrekken is tekenend voor het beleid in Leusden. “Sámen met inwoners en maatschappelijke organisaties zet de gemeente in op een krachtig, energiek en sociaal Leusden” staat er vet boven het uitvoeringsprogramma Sociaal Domein.

In eigen woonplaats prettig oud worden

“Leusdenaren willen in hun eigen woonplaats op een prettige manier zelfstandig oud worden”, vermeldt wethouder Jan Overweg als belangrijkste uitkomst. “Vanuit dat startpunt is besproken wat daarvoor nodig is. Daarbij kwam tal van zaken aan de orde, waaronder ontmoetingsplekken, goede sportvoorzieningen, dagbesteding dichtbij, ondersteuning mantelzorgers en armoedebestrijding. Vervolgens is gekeken wat er ontbreekt, wat de bewoners zelf kunnen aanpakken en wat de taak van de gemeente is.”

“De uitkomsten zijn in vier thema’s weergegeven: zelf doen – met elkaar – preventie – maatwerk.” Op een online discussieplatform kunnen Leusdenaren hun mening geven over de voortgang. De gemeente stimuleert dat mensen zaken – waar mogelijk – eerst zelf of met elkaar op te pakken. Daarom is er de webpagina: www.leusden.nl/zelfdoen.

Jan Overweg; wethouder gemeente Leusden
Jan Overweg; wethouder gemeente Leusden

Elk mens is uniek
“Iedereen mag er zijn, ieder mens is uniek”, is de levensovertuiging van wethouder Overweg. “Eigen verantwoordelijkheid en zelfmanagement staat voorop, maar niemand mag er alleen voor staan.” De transitie was voor hem reden om wethouder te willen worden.  Hij is een groot voorstander van meer verantwoordelijkheden bij gemeenten, “dus dicht bij de mensen.”

Het uitvoeringsprogramma is gebaseerd op de uitkomsten van de denksessies. “Ouderen gingen voor dagbesteding naar buurgemeenten. Op dit moment wordt de voormalige school omgevormd tot een gebouw voor maatschappelijke organisaties en startende sociale ondernemers. Hier komt de dagbesteding, evenals een buurhuis en een inlooppunt.” Met het samenvoegen van meerdere activiteiten betrek je de samenleving, stelt Overweg. “Organisaties inspireren en versterken elkaar. Zo kunnen lokale ondernemers bijvoorbeeld mensen met een achterstand op de arbeidsmarkt begeleiden richting werk en maatschappij. In Achterveld zetten we iets dergelijks op in een oud bibliotheekgebouw, inclusief samenwerking met een gezinshuis voor jongeren die daar leren om zelfstandig te wonen.”

Eigen verantwoordelijkheid voorop, maar niemand mag er alleen voor staan

Ander opvallend project is het nieuwe stadhuis, dat volgend jaar gereed is, met als naam “Het Huis van Leusden”. Het is veel meer dat een stadhuis, benadrukt Overweg. “Er komen 29 zorgappartementen voor mensen met een licht verstandelijke beperking. Wij vragen hen voor werkzaamheden in het stadhuis, zoals de verzorging van de lunch. Dat gebeurt overigens nu al. Daarnaast komt er een centrale plek voor zorg en welzijn, waar alle Leusdenaren terechtkunnen met vragen over vervoer, opvoeding, financiële hulpverlening, complexere zorgvragen, enz. Ook het sociaal team wordt hier gevestigd. Tot slot wordt het Huis van Leusden de plek voor vrijwilligersorganisaties. Deze zijn van essentieel belang in het versterken van zelfmanagement en zelfredzaamheid van kwetsbare plaatsgenoten. De gemeente financiert sinds kort een professionele coördinator die zorgt voor de coördinatie tussen het totale vrijwilligersaanbod en die vraag en aanbod bij elkaar brengt.”

Diffuse scheidslijnen
Problemen zijn er natuurlijk ook. De scheidslijn tussen persoonlijke zorg en welzijn is diffuus, constateert Overweg. “Daardoor gebruiken mensen soms meer middelen bekostigd vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), in plaats van middelen uit de Wet langdurige zorg (Wlz). Dat kost gemeenten geld en is overheveling van middelen vanuit de Wlz nodig. Als lid van de Raad van 15 van middelgrote gemeenten, geïnitieerd vanuit het ZonMw-programma ‘Gewoon Bijzonder, hebben we dit gemeld bij de rijksoverheid.”

De scheidslijn sociaal domein en eerstelijnszorg is eveneens flinterdun. Daarover wil Overweg graag overleg met de zorgverzekeraar, maar Achmea heeft de boot lang afgehouden. “Ik wil graag bespreken hoe we de eerstelijnszorg in Leusden kunnen versterken. In twee wijken werken we met eerstelijnszorgverleners reeds samen op de thema’s bewegen en eenzaamheid.”

Samenleving betrekken
Betrokkenheid noemt hij van groot belang. Zo heeft Leusden over een voorziening voor autistische jongeren de wijkbewoners ingelicht en een telefoonnummer gegeven van een contactpersoon bij wie ze terecht kunnen bij eventuele moeilijkheden. Overweg: “Zo’n schakel tussen de persoon en de buurt zou ik ook zien voor andere kwetsbare groepen, zoals verwarde mensen. Dat is mijn droom.”

Regionale samenwerking
Leusden werkt met zes gemeenten regionaal samen en ze kopen Wmo en jeugdhulp gezamenlijk in. Overweg: “Op bestuurlijk niveau komen we bijeen om ervaringen uit te wisselen, monitoring en samen beleid vast te stellen. Ook op het gebied van werk & inkomen werken we samen met andere gemeenten. En als gemeente proberen we werklozen te koppelen aan lokale ondernemers. Want juist werk is een belangrijke pijler onder zelfmanagement.”

Toekomstvisie
Zijn visie voor de toekomst? Hij hoeft daar niet lang over na te denken. “Zorg en welzijn nog meer lokaal organiseren, met dezelfde kwaliteit van zorg voor minder geld.  Met als doel een krachtig, energiek en sociaal Leusden, waar elke inwoner tot zijn recht kan komen.”

Bron: ZorgenZ; Gerda van Beek